Het werd gebouwd in de 16de eeuw en tussen 1842 en 1844 uitgebreid door de architect Méringer voor de familie van de heer Lambert Louis le Jeune.
Dit gezin woonde er van 1845 tot 2004.
Het heeft twee bijgebouwen en een uitzonderlijke gietijzeren trap.
Gelegen op een heuvelrug, biedt het een opmerkelijk panorama op de Famenne en de Ardennen.
Een eerbiedwaardige lindeboom (voorheen een boom van rechtvaardigheid) en een inwijdingssteen, in zwarte zandsteen, getuigen van zijn inwijding door de bisschop van Luik Théoduin op 20 juni 1050 voor de zuidmuur van het koor.
Sinds de 11de eeuw heeft de kerk weinig transformaties ondergaan en de laatste restauraties hebben dit juweeltje van romaanse kunst perfect benadrukt.
In de portiek rechts, de steen ter herdenking van de ondertekening van het eeuwigdurende edict in Marche op 12 februari 1577, ter bevestiging van de pacificatie van Gent (wapen van Filips II omringd door de kraag van het Gulden Vlies, met daarboven de wapen van het hertogdom Luxemburg en de stad Marche). Ten slotte omsluit een bescheiden begraafplaats, beschut door een lage muur, de kerk op de zuidelijke flank.